Leerlijnen Krijgskunst


13 LEERLIJNEN

Leerlijn

Bewegingsthema

Bewegingsprobleem

Verdedigen

Blokkeren

Zonder het beschadigen van eigen wapen een aanval met gepaste kracht stoppen teneinde uit te komen in een positie die voordeel t.o.v. de tegenstander oplevert.

Weren

Het met zo min mogelijk kracht een aanval doen afwijken van de bedoelde slag- of steekrichting.

Riposteren

Het direct uitoefenen van een tegenaanval en die plaatsen zodat de aanval van de tegenstander geen doel treft.

Ontwijken

In balans blijven terwijl het lichaam dusdanig verplaatst/bewogen wordt dat een aanval geen doel treft.

Aanvallen

Hakken

Het uitvoeren van een doorgaande beweging waarbij het snijvlak van een wapen door een tegenstander heen ‘geslagen’ wordt.

Steken

Een (scherpe) punt met voldoende kracht en snelheid plaatsen waar het afdoende schade toe zou brengen.

Snijden

Een trek- of duw beweging uitoefenen om in een vloeiende beweging vitale delen van een tegenstander te kunnen beschadigen.

Stompe slagen

Het slaan met een bot (onderdeel van een) wapen. Deze slagen brengen minder snel kritieke verwondingen toe dus moeten beter uitgemikt, uitgevoerd en gecontroleerd worden.

Precisie

De tegenstander kunnen raken waar je dat bedoelt.

Stand

Balans

Ervoor zorgen dat je niet omvalt en in een stand staat die je de ruimte en kansen biedt om aan te vallen en te verdedigen.

Verplaatsing

Een steunpunt verwijderen zonder uit balans te raken of dat de tegenstander de kans krijgt je balans te verstoren.

Werpen en vallen

Iemand met of zonder wapen uit balans brengen en doen vallen. Er voor zorgen dat er geen schade ontstaat aan deelnemers en uitrusting wanneer een val ontstaat. Valbreken.

Tactiek

Omgeving

Weten waar je bent en wat je daarmee kan.

Tegenstander(s)

Weten tegen wie je vecht en wat die persoon kan. Hierbij telt onder andere voorkennis, zichtbare wapenkeuze en de fysiek van je tegenstander een rol.

Groepsgevechten

Het vechten in/tegen een groep. Samenwerking, groepsspreiding, -verstoring en –opbreking.

Wapenkeuze

Het kiezen van wapens met fundamentele voor- en nadelen t.o.v. dat van een tegenstander als je dat weet en in het algemeen.

Wapenrusting

Juist handelen tegenover een tegenstander die een harnas of op andere manieren bescherming draagt. Het kiezen van geschikte bepantsering van jezelf t.o.v. je wapenkeuze, fitheid en die van de tegenstander.

Mentaal

Onverstoorbaarheid

Je niet van je stuk laten brengen door zintuiglijke informatie. Geen angst kennen en risico’s durven nemen.

Imponeren

Ervoor zorgen dat je tegenstander van zijn stuk geraakt zodat zijn prestaties dalen.

Creativiteit

Afwisseling

Je niet vastklampen aan vaste bewegingen en bewegingspatronen en veel variatie toepassen in je sparren.

Verrassing

De tegenstander kunnen verrassen zonder jezelf te laten verrassen.

Vuistvechten

Weten wanneer en hoe je van bewapend over kunt gaan naar onbewapend tijdens een in eerste instantie bewapend gevecht.

Ontwapening

Voorkomen

Een greep hebben die moeilijk te verbreken is door het toepassen van de juiste spanning en kracht.

Ontwapenen

Weten hoe en wanneer een tegenstander te ontwapenen is en dit kunnen toepassen.

Fitheid

Uithoudingsvermogen

Een langdurig gevecht kunnen winnen op uithoudingsvermogen. Ervoor zorgen dat de prestaties niet zakken wanneer de uitputting toe slaat.

Lenigheid

Een voldoende grote bewegingsuitslag kunnen maken om te kunnen vechten.

Veiligheid

Weten hoe ver je fysiek kunt gaan zonder jezelf te beschadigen.

Houding

Postuur

Het bovenlichaam zodanig positioneren dat het aanvallen en verdedigen snel en gemakkelijk uitvoerbaar is en de balans gewaarborgd wordt.

Gevechtshoudingen

Voor- en nadelen van verschillende gevechtshoudingen (her)kennen en kunnen toepassen.

Spanning-ontspanning

Weten wanneer een gespannen of ontspannen houding gewenst is en waarom. Weten hoe dit af te wisselen en te maskeren.

Inschatting

Controle

Weten dat de raakafstand tussen de 10 en 30 centimeter van het doelwit is en dit toepassen.

Afstand

Weten hoe veel en waarom afstand bewaard moet worden en hoe dit toe te passen. Weten hoe te reageren wanneer de tegenstander dit foutief doet.

Handvaardigheid

Vervaardiging

Het maken van wapenrusting en het juiste materiaal daarvoor kiezen. De wapens veilig maken voor gebruiker en tegenstander.

Reparatie

Weten hoe en wanneer een wapen reparatie behoeft. Dit juist uitvoeren.

Realisme

Wapens dienen zo veel als mogelijk de afmetingen, het gewicht en formaat te hebben als hun historische tegenhanger.

Theorie

Geschiedenis 1

De afkomst weten van stijlen en disciplines. Weten waar, hoe en waarom stijlen, standen en houdingen zijn vastgelegd en hoe ze toe te passen.

Geschiedenis 2

De afkomst weten van wapens en wapenrustingen. Weten waar, hoe en waarom wapens en wapenrustingen zijn uitgevonden en hoe ze toegepast werden.

Wapenonderhoud

Weten hoe voor en na het gevecht de wapen(rusting) onderhouden dient te worden opdat ze niet beschadigd raken en hun functionaliteit niet verliezen.

Anatomie

De kritieke raakvlakken kennen en kunnen aanwijzen waar aanvallen het meeste effect hebben.

Specifieke vaardigheden

Onder specifieke vaardigheden wordt verstaan de vaardigheden die per discipline bepaald zijn. Zoals gooien met werpwapens, schieten met pijl en boog of wapen vervaardiging op hoog niveau. Deze vaardigheden zijn erg specifiek en hebben geen tot nauwelijks invloed op andere vaardigheden.

© Copyright VAK-Almere - Designed by Pexeto